In de tuin > Wat hoor ik?
Wat hoor ik?

Een groene tuin is niet alleen mooi en fijn om in te vertoeven, het groen trekt ook veel vogels. Elke dag een gratis concert! Maar wie zit er achter dat vrolijke gefluit? Hier vindt u de foto's van de meest voorkomende tuinvogels en hun geluid. Kijk voor nog meer informatie over deze en andere vogels en het vogelvriendelijk maken van uw tuin ook eens op de website van de Vogelbescherming (klik op het logo).

Wilt u live meekijken in het nest van een steenuil, torenvalk, ooievaar, slechtvalk, koolmees, lepelaar, grote stern of ijsvogel? Neem een kijkje op www.beleefdelente.nl.

Foto's: Martin Hierck (klik hier voor de website)
Geluiden: René Wanders (klik hier voor de website)

Zanglijster

Behalve door de spikkels op zijn borst, valt de zanglijster - hoe kan het ook anders met zo’n naam - op door zijn mooie, luide zang. Vanaf maart laat hij, van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat, van zich horen. Dat op zich is al een goede reden om de zanglijster naar je tuin te lokken, maar er is meer. Het is ook een uitstekende slakkenbestrijder en, net als de merel, heel bedreven in het stukslaan van slakkenhuizen om zich zo van een sappig maaltje te voorzien. Behalve slakken eten zanglijsters ook grote hoeveelheden insecten, wormen, duizendpoten en pissebedden, in najaar en winter ook bessen en fruit. Voederen liefst met fruit, op de grond.
Zanglijsters komen voor in tuinen, parken en bossen. Broeden doen ze het liefst op een zo onopvallend mogelijke plek, verscholen in een dichte boom of struik. Dichte, vochtige bossen zijn favoriet. Ze leggen 1 tot 2 keer per jaar een nest met 3 tot 6 eieren.
U kunt uw tuin aantrekkelijk maken voor zanglijsters door te zorgen voor veel bomen en struiken en een grasveldje. Leg hier en daar een platte steen, te gebruiken als smidse.

zanglijster.mp3

Klik op bovenstaande link om het geluid van de zanglijster te beluisteren.

Tjiftjaf

De tjiftjaf dankt zijn naam aan zijn karakteristieke geluid, u zult het ongetwijfeld herkennen. Vooral in het voorjaar en de vroege zomer hoort u het vaak. Het vogeltje zit vaak goed verstopt en is klein en onopvallend, maar trekt ondanks zijn mini-massa elke winter naar Noord-Afrika.
De tjiftjaf vertoeft graag in een bosachtige omgeving, en houdt dus van tuinen met veel struiken en lage bomen. Als er maar genoeg blad is om lekker naar insecten en rupsen te zoeken.
Er wordt twee keer per jaar een goed gecamoufleerd nest gemaakt, in de struiken vlak boven de grond. De ingang wordt aan de zijkant gemaakt en de binnenkant bekleed met veren. Het eerste legsel is meestal 4 tot 9 en het tweede 4 tot 5 eieren.


tjiftjaf.mp3

Klik op bovenstaande link om het geluid van de tjiftjaf te beluisteren.

Koolmees

De koolmees ziet u ongetwijfeld heel vaak in de tuin. Omdat ze zo veel voorkomen is er een gebrek aan natuurlijke nestelholten. U doet ze dus een plezier met een nestkastje, waarvan de invliegopening ongeveer 32 tot 35 mm moet zijn (zorg er wel voor dat de kat er niet bij kan komen!). De vogeltjes leggen 1 of 2 keer per jaar een nestje met 8 tot 13 eieren.
Koolmezen kennen vaak wel 40 verschillende riedeltjes en laten overal in hun territorium een andere horen, zodat hun buren denken dat dat gebied al druk bezet is. Mannetje en vrouwtje zijn te onderscheiden door de breedte van de zwarte streep op de borst: bij mannetjes is die veel breder. De koolmees eet rupsen en insecten, maar is in de winter blij met vetbollen en pindanetjes, waar hij dan als een acrobaat aan bungelt.

koolmees.mp3

Klik op bovenstaande link om het geluid van de koolmees te beluisteren.

Heggenmus

De heggenmus verstopt zich graag in dicht struikgewas, daarom zie je hem niet vaak, hoewel hij toch veel voorkomt. Ze zoeken onder de heg of struiken naar insecten en spinnen. Een rommelige tuin met veel vaste planten en struiken en een haag is daarom de ideale omgeving. Bijvoeren in de winter kan het beste door wat voer onder de struiken te strooien, zodat ze daar ongestoord kunnen rondscharrelen.
Nestelen doet de heggenmus het liefst in een conifeer, al voldoet een andere dichte struik, boom of heg ook. Mannetjes houden er vaak meerdere vrouwtjes op na, overspel is heel normaal. Er wordt twee keer per jaar een nestje met 4 tot 5 eieren gelegd.

heggenmus.mp3

Klik op bovenstaande link om het geluid van de heggenmus te beluisteren.

Putter

Van nature houdt de putter van enigszins open gebieden, zoals bosranden. Nu is het vogeltje zich aan het aanpassen aan door de mens gemaakte landschappen, zoals boomgaarden en parken. Ook in de tuin komt de putter vaker voor. Waar putters absoluut niet buiten kunnen, zijn de zaden van distels, asters, margrieten en dergelijke. Snoei deze dus niet af als ze uitgebloeid zijn. In de winter kun je ze bijvoeren met zaden, vetbollen en pindanetjes.
De putter broedt twee tot drie keer per jaar een nest met 4 tot 6 eieren uit, in een nest wat vaak in een struik of tegen een boomstam wordt gemaakt. De jongen worden bijgevoerd met insecten.

putter.mp3

Klik op bovenstaande link om het geluid van de putter te beluisteren.

Boerenzwaluw

In tegenstelling tot het gezegde geeft het geluid van de zwaluw veel mensen wel een echt zomergevoel. De winter wordt in Afrika doorgebracht, maar van april tot oktober verblijft de zwaluw in Nederland. De naam boerenzwaluw geeft al aan dat deze vogel zich graag ophoudt in de buurt van de mens, met name in (boeren)schuren en loodsen. Woont u zelf landelijk, dan kunt u de boerenzwaluw nestgelegenheid geven door een deur of raam open te laten staan, de zwaluw nestelt graag onder het dak. Er zijn ook speciale kunstnesten te koop. De boerenzwaluw eet vliegende insecten, die hij in zijn vlucht uit de lucht haalt. Daarom zie je ze vaak over het water scheren (muggen) en zijn mannetjes met lange staarten populairder: zij kunnen beter vliegen en vangen dus meer voedsel.

boerenzwaluw.mp3

Klik op bovenstaande link om het geluid van de boerenzwaluw te beluisteren.

Groenling

De groenling doet zijn naam eer aan: allerlei tinten groen zijn te vinden in het verenkleed. Ze horen bij de vinkenfamilie en komen veel voor in tuinen, parken en bosranden, in de duinen, en andere struikrijke plaatsen. De tuin is dan ook vooral interessant als er veel (stekel)struiken zijn; met name de hondsroos, vanwege de bottels.
Groenlingen eten graag bessen en zaden, die met de stevige snavel worden gekraakt. Bijvoeren kan met (zwarte) zonnebloempitten en andere zaden.
Er worden twee tot drie nesten per jaar gemaakt in dichte struiken of bomen, de conifeer is geliefd. 

 

groenling.mp3

Klik op bovenstaande link om het geluid van de groenling te beluisteren.

Koperwiek

De naam van de koperwiek is afgeleid van de rode ’oksels’ die in vlucht te zien zijn. Hij houdt zich alleen van september tot mei in Nederland op, vooral in parken en tuinen. De overige maanden, het broedseizoen, brengt hij door in de naaldbossen van Scandinavië.
De koperwiek voedt zich met insecten, wormen en slakken tijdens de broedtijd, maar in het najaar en de winter vooral met zaden en bessen (duindoorn, hulst, lijsterbes en kardinaalsmuts). Je ziet ze dan ook vaak in groepjes op besdragende struiken. Waar je zelf niet blij mee bent, maar de koperwiek wel, is rottend fruit: een echte traktatie voor in de tuin! 

 

koperwiek.mp3

Klik op bovenstaande link om het geluid van de koperwiek te beluisteren.

Roodborst

U kent het vast wel: een roodborstje dat nieuwsgierig meekijkt terwijl u tuiniert. Grote kans dat dat steeds hetzelfde vogeltje is, want roodborstjes verdedigen hun territorium heel fel. Daarvoor gebruiken ze de rode borst, zowel het mannetje als het vrouwtje hebben die. Van de Nederlandse roodborsten trekt een deel ’s winters naar Frankrijk en Spanje, terwijl de Scandinavische roodborsten deels in ons land overwinteren.
De nesten zijn slordig, gemaakt van gras en blad, en worden goed verborgen laag boven de grond. Er bestaan ook speciale nestkasten, die van voren half open zijn. Er worden twee nesten per jaar gemaakt met vijf tot zes eieren. De jongen hebben nog geen rode veren en zijn daardoor goed gecamoufleerd.
Bijna elke tuin is geschikt voor de roodborst, zolang er beplanting is, liefst stekelige en besdragende struiken. Ze eten insecten en spinnetjes, maar je vindt ze in de winter vaak onder de voedertafel, op zoek naar afgedankte zaadjes.

roodborst.mp3

Klik op bovenstaande link om het geluid van de roodborst te beluisteren.

Winterkoning

De winterkoning dankt zijn naam aan een fabeltje: de vogels besloten ooit een wedstrijd te organiseren wie het hoogst kon vliegen. De winnaar zou de koning der vogels worden. Het winterkoninkje won op slinkse wijze: hij verstopte zich in de veren van een arend en toen die niet hoger kon, vloog hij nog een stukje verder. Daarom staat zijn staartje nog steeds fier omhoog.
Het winterkoninkje eet kleine insecten, rupsen, larven en spinnetjes, die hij met zijn fijne snavel zelfs uit schors kan peuteren, maar ook zaden. Net als het roodborstje profiteert hij in de winter van afgedankte zaden onder de voedertafel, maar hij zit liever wat beschut. Strooi daarom ook wat voer onder de struiken en heg. Een rommelige tuin met veel beschutting is favoriet.
Het nest wordt gemaakt van mos, bladeren en gras in dicht struikgewas, houtstapels of hagen. De mannetjes maken meerdere nesten en laten het vrouwtje kiezen. Als er eenmaal een vrouwtje op de eieren zit, gaat het mannetje verder met het slijten van zijn nesten aan andere vrouwtjes.
Er zijn ook speciale winterkoning-nestkasten, maar die worden eerder gebruikt als schuil- of overwinteringsplaats dan als nestelgelegenheid.

winterkoning.mp3

Klik op bovenstaande link om het geluid van de winterkoning te beluisteren.

Boomkruiper

De boomkruiper is qua naam makkelijk te verwarren met de boomklever, maar niet qua uiterlijk. De boomkruiper is namelijk helemaal gecamoufleerd: hij lijkt sprekend op de boombast waar hij zich vaak op bevindt. Logisch dus dat boomkruipers meestal daar te vinden zijn waar veel bomen staan. Hij begint aan de voet van een boom en werkt zich spiraalsgewijs steeds verder omhoog, ondertussen in de bast peuterend naar insecten. Hij gebruikt zijn staart daarbij als steun.
Bijvoeren in de winter is wat lastig: de boomkruiper is zo schuw dat hij niet snel naar een voedertafel zal komen. Wat voer gestrooid in de struiken wordt wel op prijs gesteld, al kan hij ook in de winter genoeg beestjes uit de kieren in boomstammen bij elkaar sprokkelen.
Voor de boomkruiper zijn speciale nestkasten: de opening is smal en zit niet aan de voor- maar aan de zijkant, zodat hij zo van de stam naar binnen kan stappen.

boomkruiper.mp3

Klik op bovenstaande link om het geluid van de boomkruiper te beluisteren.

Houtduif

De houtduif zit vaak luid koerend in bomen of op gebouwen, of je ziet hem op de grond zoeken naar voedsel. Houtduiven zijn vliegkampioenen. Ze maken daarbij wel veel herrie, omdat hun vleugels boven en onder het lichaam tegen elkaar klappen. Ze hebben ook hele goede vliegspieren om snelle, rechtlijnige vluchten te kunnen maken; handig om aan vijanden te ontsnappen. Helaas is de houtduif juist vanwege de grote spiermassa een van de favoriete hapjes van zijn grootste vijanden: de buizerd en de havik. Houtduiven voeden zich met oogstresten, zaden, bessen en - in de stad - etensresten. Omdat de houtduif graag van de grond eet, kunt u het beste flink morsen bij het strooien op de voedertafel. Verder houden houtduiven van tuinen met hoge bomen, waar ze hun slordige nesten in kunnen maken.

houtduif.mp3

Klik op bovenstaande link om het geluid van de houtduif te beluisteren.

Sperwer

De meeste sperwers worden waargenomen als grijze flits. Mocht u toch eens de kans krijgen goed naar een sperwer te kunnen kijken, dan vallen vooral de gele iris en de dunne, gele poten op. De sperwer heeft veel bredere vleugels dan de valk, waarvoor hij vaak wordt aangezien. Vrouwtjes zijn groter en zwaarder en jagen op grotere prooien dan mannetjes; waar mannetjes het vooral bij mussen en koolmezen houden, wagen de vrouwtjes zich zelfs aan duiven en lijsters. De sperwer broedt van april tot juli, als veel jonge zangvogels uitvliegen en er dus veel voedsel is. Het zijn bosvogels, maar komen ook steeds vaker voor in steden, waar heel veel weldoorvoede prooivogels leven. Door de vogels in uw tuin te voeren, voert u dus indirect ook de sperwer.

sperwer.mp3

Klik op bovenstaande link om het geluid van de sperwer te beluisteren.

Grote bonte specht

De grote bonte specht hakt met zijn snavel gaten in bomen, die gaten worden gebruikt als nestholte. De jongen worden er zo ingelegd, zonder dat er echt een nest wordt gebouwd. Het hameren met de snavel is mogelijk omdat de grote bonte specht een soort ingebouwde schokdempers heeft. Toch gaat de voorkeur wel uit naar berkenbomen, omdat dat een zachte houtsoort is. De maaltijd bestaat meestal uit insecten die in het hout en onder de boomschors zitten, maar vetbollen en pinda’s worden ook graag gegeten.

grotebontespecht.mp3

Klik op bovenstaande link om het geluid van de grote bonte specht te beluisteren.

Merel

De merel is een zangvogel die iedereen wel kent, omdat hij zich veel in de tuin laat zien. Ook nestelen gebeurt vaak in de tuin, soms heel opvallend in heggen en struiken, waardoor er heel wat jongen ten prooi vallen aan katten. Desondanks is het aantal merels groot, vooral omdat er veel jongen worden grootgebracht: 4 tot 5 jongen, en dat 2 tot 3 keer per jaar. Merels eten vooral regenwormen, waar ze naar zoeken in gazons, maar ook brood en (rottend) fruit vinden ze erg lekker. 

merel.mp3

Klik op bovenstaande link om het geluid van de merel te beluisteren.

Staartmees

Staartmezen zie je vaak in groepen ‘dwarrelen’ door bomen en struiken, waarbij ze steeds naar elkaar roepen en op elkaar wachten. Omdat ze zo klein en dus licht zijn, kunnen ze zelfs op de kleinste twijgjes zitten. Ze zoeken onderweg ook hun voedsel, dat bestaat uit rupsen en insecten. In de winter eten ze ook graag vetbollen, met hun puntsnavel kunnen ze de zaadjes heel goed uit het vet peuteren. Staartmezen maken een bijzonder, bolvormig nest. Ze houden van afwisseling tussen dichte (stekel)struiken, loofbomen en open ruimtes als grasvelden.

staartmees.mp3

Klik op bovenstaande link om het geluid van de staartmees te beluisteren.

Ekster

De bekende zwart-witte ekster staat erom bekend glimmende dingen mee te nemen, wat ze doen uit nieuwsgierigheid naar nieuwe dingen. Bij nadere inspectie is hij zelf ook behoorlijk glimmerig: zijn verendek bestaat uit een heel scala aan metallic-kleuren. Eksters zijn heel slim en leren veel tijdens de eerste 3 jaar, als ze worden grootgebracht in groepjes. Ze kunnen zich overal handhaven, niet in de laatste plaats omdat ze alles eten. Zaden, bessen, knoppen en insecten (met name flinke exemplaren), wormen en menselijk afval, vooral brood en patat. Voor de nodige eiwitten eten ze ook van kadavers en in het broedseizoen roven ze soms eieren en jonge vogels, wat ze niet populair maakt.

ekster.mp3

Klik op bovenstaande link om het geluid van de ekster te beluisteren.

Turkse tortel

De turkse tortel vermenigvuldigt zich als een van de snelste in het vogelrijk. Ze kunnen tot wel 5 broedsels per jaar grootbrengen, en de jongen kunnen zich na een paar maanden alweer voortplanten. De nesten zijn plat en worden in dichte bomen als coniferen of met klimop begroeide loofbomen gemaakt van twijgen en stengels. Ze eten zaden, pitten en vruchten en kunnen goed bijgevoerd worden met bijvoorbeeld (zonnebloem)pitten. De turkse tortel kan zich goed aanpassen aan de omgeving en komt dus op de meest uiteenlopende plekken voor.

turksetortel.mp3

Klik op bovenstaande link om het geluid van de turkse tortel te beluisteren.

Vink

Vinken komen veelvuldig voor, als er maar bomen en struiken, ofwel bosjes zijn. De nesten worden verstopt tussen de takken gemaakt en al het voedsel wordt op en om bomen en struiken gevonden. Ze eten zaden en zachte plantendelen, zoals bladknoppen, en in het broedseizoen insecten voor de nodige eiwitten voor jongen en ouders. Bijvoeren kan met zaadmengsels, zonnebloempitten vallen bijvoorbeeld goed in de smaak. De zang van de vink is bekend en wordt 'vinkeslag' genoemd. Er worden zelfs zangwedstrijden gehouden met vinken in gevangenschap.

vink.mp3

Klik op bovenstaande link om het geluid van de vink te beluisteren.

Kauw

Kauwtjes zijn intelligente kraaiachtigen die zonder echte kolonies te vormen toch altijd dicht bij elkaar leven. Binnen een groep wordt er gecommuniceerd met verschillende geluiden, eigenlijk een soort taal. Er zijn ook sociale structuren en pikordes te vinden in de groepen. Paartjes blijven een leven lang bij elkaar en zijn onafscheidelijk. Er wordt gebroed in holen, vroeger vooral in holle bomen en oude nesten van spechten, maar tegenwoordig ook in schoorstenen en bosuilenkasten.
Kauwtjes zijn makkelijk te herkennen aan hun zwarte verenkleed, gedrongen bouw en grijze achterhoofd. Het zijn alleseters en ze komen veel voor in dichtbevolkte gebieden. Ze eten daarom ook patatresten en aangeboden voer in de tuin, zoals vetbollen en pindaslingers.

kauw.mp3

Klik op bovenstaande link om het geluid van de kauw te beluisteren.

Gaai

De gaai is vooral in de winter een echte herrieschopper. Vaak met functie overigens, want in het bos waarschuwen ze veel dieren voor onheil als katten. De Latijnse naam van de gaai is 'Garrulus glandarius', wat 'voortdurend krassende eikelzoeker' betekent. In de winter voeden ze zich inderdaad met eikels, en met beukennootjes (die ze verstoppen), granen en fruit. In het voorjaar wordt dat uitgebreid met insecten, eieren en jongen van zangvogels, ze zijn in dit seizoen trouwens niet lawaaiig. De gaai is makkelijk te herkennen aan zijn opvallende vleugels en wordt steeds vaker gezien, maar van oorsprong is het een vrij schuwe bosvogel. Het nest wordt in een boom gemaakt en het territorium wordt fel verdedigd.  

gaai.mp3

Klik op bovenstaande link om het geluid van de gaai te beluisteren.

Huismus

De huismus hoort bij het straatbeeld, maar is de laatste twintig jaar sterk in aantal afgenomen. Ze staan dan ook op de rode lijst en er is door de Vogelbescherming een speciaal actieplan voor de huismus gepresenteerd. Het belangrijkste is dat de omgeving niet te netjes is. Huismussen huppen op de grond rond, zoekend naar voedsel, en zijn daarbij gebaat bij wat rommel, zoals gemorst graan.
Mussen zijn zaadeters, ze voeden zich met zaden, bloemknoppen, knoppen, brood, bessen, pinda's vetbollen en insecten, die laatste vooral voor de eiwitten voor de jongen. Het nest wordt gemaakt in boomholtes, nestkasten, gaten en kieren van gebouwen, en onder dakpannen. Ze gebruiken takjes, stro, veertjes en hondenharen.
Om de huismus te helpen moet u vooral uw tuin niet te netjes houden: struiken, onkruid, lang gras en rommel bieden plek aan insecten en geven bescherming, kruimels van een buiten uitgeschud tafelkleed vormen een lekker hapje. Bijvoeren kan met zaden, bruin brood, vetbollen en pinda’s. Een drinkschaal geeft drink- en baddergelegenheid. Om nestelmogelijkheden te creëren kunt u ruimte maken onder de dakpannen, speciale mussendakpannen plaatsen, mussen- of spreeuwenpotten of speciale mussennestkasten ophangen.

huismus.mp3

Klik op bovenstaande link om het geluid van de huismus te beluisteren.

Ringmus

De ringmus zie je vooral in de tuin als je aan de rand van een dorp of op een boerderij woont. Soms wonen ze in bij ooievaars, buizerds of huiszwaluwen. Ringmussen eten vooral zaden, maar ook insecten. Ze broeden in holen, in holten in oude bomen, en in nestkasten, bedoeld voor koolmezen.
De ringmus staat net als de huismus op de rode lijst en kan dus best wat hulp gebruiken, vooral van mensen wonend in het buitengebied. Dit kan door het ophangen van nestkasten, de tuin wat rommelig te houden en bij te voeren met winterstrooivoer met zonnebloempitten.

ringmus.mp3

Klik op bovenstaande link om het geluid van de ringmus te beluisteren.

Pimpelmees

De pimpelmees is een bosvogel die zich heeft aangepast aan mensen, net als de koolmees. Ze lijken ook op elkaar, alleen heeft de pimpelmees een blauw koppie en de koolmees een zwart. Ook heeft de koolmees een brede zwarte streep op de borst, bij de pimpelmees is het meer een vlekje. Pimpelmezen komen graag in de tuin eten, bungelend aan vetbollen en pindanetjes. In de struiken bungelen ze ook aan dunne twijgjes, op zoek naar insecten, spinnen, bladluizen, nectar en zaden. Het verzamelen van voedsel doen ze in de directe omgeving van het nest. Broeden wordt gedaan in holten van bomen en in nestkasten, een zogenaamde mezennestkast voldoet prima.

pimpelmees.mp3

Klik op bovenstaande link om het geluid van de pimpelmees te beluisteren.

Kramsvogel

Kramsvogels zie je niet vaak, ze leven meestal erg teruggetrokken en zijn alleen in de winter redelijk aanwezig in ons land. Maar als je het geluid eenmaal kent, hoor je ze overal. De kramsvogel broedt redelijk in het zicht, in een vork van dikke takken of de stam. Vaak wordt er in groepen gebroed, met meerdere nesten per boom of in aangrenzende bomen. Het voedsel bestaat in de zomer uit wormen en insecten, 's winters uit bessen en afgevallen fruit. Lok kramsvogels naar de tuin met appels met rotte plekken, net als andere lijstersoorten zijn ze daar gek op.

kramsvogel.mp3

Klik op bovenstaande link om het geluid van de kramsvogel te beluisteren.

Spreeuw

Spreeuwen leven in kleine groepen, die zich op vaste plaatsen verzamelen om te slapen. Rond die plaatsen vormen zich dichte “wolken” van duizenden spreeuwen. Je ziet ze vaak op weilanden en grasvelden, waar ze het gras aftasten op zoek naar emelten en andere larven. In de wintermaanden eten ze appels en bessen, en ze pikken graag een graantje mee op de voedertafel. Spreeuwen nestelen in holtes van bomen, net als mezen. Verder worden vaak nesten gemaakt in nestkasten en gaten en kieren van gebouwen. Er bestaan ook speciale nestkasten en terracotta spreeuwenpotten.

spreeuw.mp3

Klik op bovenstaande link om het geluid van de spreeuw te beluisteren.

Sat 4 Sep
16.4°C
Pollen nieuws
Laatste update: 04-09-2010
03
Sep
ORANJE/ROOD
03
Sep
Super Simpel